De ruisgenerator wordt aangesloten op de antenneconnector die op op de derde wikkeling (vanaf massa) van de eerste trilkring aangesloten is.
De twee trilkringen zijn inductief (lucht) gekoppeld met een afstand tussen de spoelen van 0,5 à 1 mm
De Spectrum analyser word aangesloten op de derde wikeling van de tweede trilkring. De trilkringen worden zo ingesteld dat de eerste op +/- 50.5 MHz centraal staat en de tweede op +/- 51.5Mhz
Op die manier zien we op bovenstaande meting dat we een +/- 3dB bandbreedte hebben over de volle 2 MHz van de 6m band. de ongewenste frequenties worden hier reeds meer dan 25 dB onderdrukt, dit is ongeveer de momenteel geschatte versterking van de eerste trap.
73 de ON7AMI
Jean Paul Mertens